Nieuws

Toekomst BPF Waterbouw / toekomstanalyse Gepubliceerd op: 22-03-2016 In het voorjaar van 2015 is door DNB het BPF Waterbouw aangemerkt als een potentieel kwetsbaar fonds. Dit geldt ook voor ruim 60 andere pensioenfondsen.

Belangrijke aanleiding daarvoor aan de zijde van DNB waren de vacatures die naar verwachting in 2015 in het bestuur zouden ontstaan.  Ook het onderzoek naar de toekomst van het pensioenfonds speelde daarbij een belangrijke rol.

In verband met het aanmerken als potentieel kwetsbaar fonds moest het bestuur een toekomstanalyse opstellen en bij DNB indienen. In september 2015 heeft het bestuur de toekomstanalyse ingediend bij DNB. DNB heeft geen opmerkingen bij dit rapport geplaatst. DNB heeft vervolgens het bestuur gevraagd om op de hoogte te worden gehouden van nieuwe ontwikkelingen.

In de toekomstanalyse is onderzocht aan welke kwetsbaarheden / bedreigingen het fonds blootstaat en hoe het bestuur denkt daarmee om te gaan.
Daaruit kwam naar voren dat het wegvallen van draagvlak bij sociale partners een op korte termijn spelende kwetsbaarheid vormt. En ook het wegvallen van draagvlak bij de ondernemingen die thans nog op basis van een jaarlijks opzegbare overeenkomst tot vrijwillige deelneming bij het fonds zijn aangesloten, vormt een op korte termijn spelende kwetsbaarheid.

Daarnaast is vastgesteld dat de personeelssamenstelling en omvang van de eigen uitvoeringsorganisatie op de middellange termijn een kwetsbaarheid is. Deze kwetsbaarheid is wel van een andere orde.

Om te bepalen hoe moet worden omgegaan met het wegvallen van draagvlak, heeft het bestuur de verschillende scenario’s die zich in dat kader kunnen voordoen, in beeld gebracht. Op hoofdlijnen is ingevuld op welke wijze dan gehandeld zou kunnen worden. Daarbij is aangegeven dat in de loop van 2016 dit nader en gedetailleerder zal worden uitgewerkt.

Uitgangspunt voor het bestuur is steeds dat de verantwoordelijkheid voor de reeds opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken volledig bij het bestuur ligt. Het bestuur is dan ook verantwoordelijk voor een eventueel besluit tot het overdragen van die reeds opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken. Deze eventuele besluitvorming vindt plaats onder goedkeuring van de Raad van Toezicht en na het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid te hebben gesteld tot het uitbrengen van advies.

Vanuit dit uitgangspunt heeft het bestuur een aantal kernwaarden bepaald die bij de verdere, gedetailleerdere, uitwerking van de verschillende scenario’s zullen worden gehanteerd.

Die kernwaarden, waaraan mogelijke oplossingen voor de reeds opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken zullen worden getoetst zijn:

  1. Pensioenresultaat voor de deelnemer staat voorop! Het gaat daarbij dan met name om toeslagpotentieel en de kans op en omvang van eventuele kortingen.

  2. Wendbaarheid; tot welk moment kan het bestuur nog andere keuzes maken en welke entree- en exit voorwaarden gelden er? Als een gekozen oplossing niet goed werkt kan men dan nog weg en een andere keuze maken? Duidelijkheid hierover is van belang om te voorkomen dat het pensioenfonds vast komt te zitten of op een gegeven moment geen eigen keuzes meer kan maken ten aanzien van de toekomst.

  3. Serviceniveau; het gaat dan om zaken als communicatie op maat voor de deelnemers, werkgevers etc.

Als uitgangspositie en vergelijkingsbasis heeft het bestuur daarbij voortzetting van BPF Waterbouw met alleen opgebouwde rechten en -aanspraken aangewezen. Hierbij is gelet op de verantwoordelijkheidsverdeling tussen bestuur en sociale partners.

Vervolgens heeft het bestuur een aantal grote bedrijfstakpensioenfondsen geselecteerd om te benaderen. Bij de selectie van die pensioenfondsen heeft het bestuur naast omvang ook gekeken naar actuele dekkingsgraad van pensioenfondsen per 31 december 2015. Aan de geselecteerde fondsen zijn vervolgens een aantal uitgebreide vragen gesteld.

Die vragen hadden betrekking op een eventuele overname van de reeds opgebouwde rechten. Er moet ook met het scenario rekening worden gehouden dat een deel van de vrijwillig aangesloten werkgevers de opbouw in de pensioenregeling willen voortzetten.

Daarom is ook gevraagd of die pensioenfondsen daar mogelijkheden toe zien. Tenslotte is gevraagd of die pensioenfondsen, als sociale partners over een wijziging van de verplichtstelling overeenstemming bereiken, mogelijkheden zien om ook de verplicht gestelde regeling uit te voeren.

Het bestuur verwacht in de loop van 2016 meer duidelijkheid te hebben over de mogelijke oplossingen voor de reeds opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken.

Om vervolgens een besluit te kunnen nemen ten aanzien van toekomst van de opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken zal in 2016 nog een diepgaander onderzoek plaats moeten vinden in de vorm van een ALM-analyse. Dit om de verschillende mogelijkheden goed met elkaar te kunnen vergelijken en goed tegen elkaar te kunnen af te wegen. Op die wijze wordt invulling gegeven aan de eerste kernwaarde zoals hiervoor benoemd.

Disclaimer
Deze website gebruikt cookies om te kunnen functioneren en het gebruik te analyseren teneinde het gebruiksgemak te verbeteren.Akkoord