Overlijden

Vanaf het moment dat u overlijdt, krijgt uw levenspartner iedere maand nabestaandenpensioen. Ook als hij of zij nog jong is. Heeft u op uw pensioendatum de keuze gemaakt uw nabestaandenpensioen in te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen, dan heeft uw nabestaande geen recht op een nabestaandenpensioen.

Het nabestaandenpensioen bedraagt 70% van uw ouderdomspensioen, dus van uw eigen pensioen. Als u met pensioen bent en iedere maand bijvoorbeeld € 1000 van het Bedrijfstakpensioenfonds ontvangt, bedraagt het nabestaandenpensioen dus € 700 per maand. Of uw partner eigen inkomen of een eigen pensioen heeft, maakt niet uit voor de hoogte van het nabestaandenpensioen.

Belangrijk: Er kan alleen recht op nabestaandenpensioen bestaan als uw partner voor uw pensionering uw levenspartner is geworden. Ook is van belang dat als er ex-partners zijn het nabestaandenpensioen verdeeld moet worden.

Wilt u weten op welke bedragen uw nabestaanden kunnen rekenen? Kijk dan op het pensioenoverzicht dat u ieder jaar van het Bedrijfstakpensioenfonds ontvangt. De bedragen daarop zijn natuurlijk gebaseerd op de gegevens van dit moment – dus bijvoorbeeld op uw huidige salaris.

Jongere partner
Als uw partner meer dan 10 jaar jonger is, wordt het nabestaandenpensioen wat lager. Voor elk extra jaar bovenop het leeftijdsverschil van 10 jaar, wordt het nabestaandenpensioen 3% lager.

Een Anw-uitkering van de overheid?
Als u overlijdt en uw partner is jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, dan krijgt hij of zij in sommige gevallen ook een uitkering van de overheid: de Anw-uitkering. Voor een Anw-uitkering komt een weduwe of weduwnaar alleen in aanmerking als:

  • het jongste kind jonger is dan 18 jaar, óf
  • de nabestaande voor 45% of meer arbeidsongeschikt is, óf
  • de nabestaande geboren is vóór 1 januari 1950.

Wie wel aan de voorwaarden voldoet maar een eigen inkomen heeft, wordt gekort op de Anw-uitkering. De Anw bedraagt ongeveer € 15.209 bruto per jaar (in 2017).

Waardevast?
Als het nabestaandenpensioen is ingegaan, probeert het Bedrijfstakpensioenfonds het te beschermen tegen inflatie. Daarvoor wordt het jaarlijks verhoogd (indexatie), maar dat gebeurt alleen als het Bedrijfstakpensioenfonds daar voldoende geld voor heeft. Of dat zo is, wordt ieder jaar door het bestuur van het Bedrijfstakpensioenfonds bepaald. De indexatie is dus geen recht, maar is strikt voorwaardelijk.

Disclaimer
Deze website gebruikt cookies om te kunnen functioneren en het gebruik te analyseren teneinde het gebruiksgemak te verbeteren.Akkoord