Sinds 1 januari 2006 heeft de waterbouwsector een nieuwe pensioenregeling met een standaard pensioenleeftijd van 65 jaar. Dat wil niet zeggen dat iedereen ook inderdaad tot zijn 65 ste zal moeten doorwerken. Integendeel: de regeling is er juist op gericht om vervroegd pensioen mogelijk te houden. Door de bank genomen zult u nog steeds op 61 jaar met pensioen kunnen, maar eerder of later mag ook.
In de nieuwe pensioenregeling is de standaard pensioenleeftijd dus 65 jaar. Dit was nodig omdat het kabinet vanaf 2006 de verdere opbouw van prepensioen (pensioen ingaand vóór 65 jaar) onmogelijk heeft gemaakt.
In onze sector vond men het wenselijk dat mensen vervroegd met pensioen konden blijven gaan. Daarom zijn er maatregelen getroffen om het wegvallen van het prepensioen op te vangen. Als u tot uw pensioen in dienst blijft, zult u in grote lijnen op dezelfde leeftijd en met hetzelfde pensioenniveau kunnen stoppen als in de oude regeling. Bij 40 dienstjaren zal dat zo rond de 61 jaar liggen.
Wat is er dan veranderd in de pensioenregeling? U bouwt geen prepensioen meer op, maar daarvoor in de plaats is er spaarpensioen gekomen. In feite is alleen de naam veranderd.
Spaarpensioen
Tot 2006 bouwde u bij Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw prepensioen op, dat bedoeld was om op uw 61 ste te kunnen stoppen met werken. Omdat de overheid de verdere opbouw van prepensioen onmogelijk heeft gemaakt, is het prepensioen in 2006 vervangen door spaarpensioen. Het is in feite hetzelfde, alleen spaart u formeel voor extra pensioen ingaand op 65 jaar. De bedoeling is echter dat u het extra pensioen straks kunt gebruiken om toch eerder te kunnen stoppen met werken. U sleept het dan naar voren, naar de periode vóór 65 jaar.
U spaart jaarlijks 3% van uw loon (verminderd met administratiekosten blijft daar 2,85% van over). Uw spaarkapitaal groeit jaarlijks aan door rente (4% gegarandeerd plus de indexatie voorzover die ook over de normale pensioenen wordt toegekend). Dit moet normaal gesproken voldoende zijn om in 40 jaar een spaarkapitaal op te bouwen dat voldoende is om op uw 61 ste te kunnen stoppen met werken met zo’n 70% van uw loon (tot uw 65 ste ).
Op uw pensioenoverzicht ziet u hoeveel spaarkapitaal u heeft opgebouwd en op hoeveel extra pensioen u daardoor kunt uitkomen als u in de waterbouw blijft werken. Voor werknemers die al op 1 april 1997 in de waterbouw werkten is er bovendien een overgangsmaatregel. Dat was nodig omdat zij door hun leeftijd niet meer voldoende tijd hebben om een volledig prepensioen (en nu dus spaarpensioen) te kunnen opbouwen.
Spaarpensioen uit de overgangsregeling
Als u al voor 1 april 1997 en op 1 januari 2006 in de sector werkte, geldt er voor u een overgangsmaatregel. U krijgt daardoor extra spaarpensioen toegekend. Dit moet compenseren dat u tot uw pensionering niet meer voldoende tijd heeft om een volledig spaarpensioen (en voorheen prepensioen) op te bouwen. Daarvoor is namelijk 40 jaar nodig. Daarom krijgt u over alle jaren dat u voor 1997 in dienst was, extra spaarpensioen toegekend. U vindt dit terug op uw pensioenoverzicht. Let op: u krijgt het extra spaarpensioen uit de overgangsmaatregel pas daadwerkelijk toegekend als u 15 jaar in de waterbouw blijft werken (vanaf 2006 gemeten) of op uw pensioendatum (als dat eerder is). Gaat u voor die tijd weg uit de waterbouw, dan vervalt uw overgangsrecht.
Kiezen
De standaardleeftijd in de pensioenregeling is dus 65 jaar, maar in de praktijk zult u waarschijnlijk eerder kunnen stoppen met werken. U mag uw pensioenleeftijd zelf bepalen (vanaf 55 jaar). Hoe eerder u stopt, des te lager valt uw pensioen uit. Het moet dan immers meer jaren worden uitgekeerd. En omgekeerd: hoe later u met pensioen gaat, des te meer pensioen krijgt u per jaar.
Pensioenbrochure
In de pensioenbrochure kunt u alles nog eens op uw gemak nalezen. Als u na het lezen van deze brochure toch nog vragen heeft, kunt u bellen met de afdeling pensioenadministratie, telefoonnummer 070 - 3171710. Of u stuurt een bericht naar ons e-mailadres pensioen@sfwaterbouw.nl.