Eerder stoppen met werken
Geen twee mensen zijn gelijk. Geen twee mensen hebben dezelfde wensen. Ook niet als het om pensioen gaat. Daarom valt er van alles te kiezen in de Waterbouw-pensioenregeling. Maar geen zorg: uw werknemer hoeft die keuzes pas te maken op het moment dat hij met pensioen gaat.
Kies zelf wanneer u met pensioen wilt
Wanneer wil uw werknemer met pensioen? De standaardleeftijd is 65 jaar, maar uw werknemer kan al vanaf 55 jaar het Waterbouwpensioen laten ingaan. Zijn keuze heeft wel gevolgen voor de hoogte van zijn pensioenuitkering. Hoe eerder hij het pensioen laat ingaan, des te lager wordt zijn pensioenuitkering per jaar. Zijn pensioen moet dan immers over een groter aantal jaren worden uitgesmeerd, en dat is natuurlijk duurder. Bovendien: omdat uw werknemer eerder stopt met werken heeft hij ook nog eens minder pensioen opgebouwd. Het mes snijdt dus aan twee kanten.
Op het Pensioenoverzicht dat uw werknemer jaarlijks van het Bedrijfstakpensioenfonds ontvangt , kan hij zien op hoeveel pensioen hij afstevent als hij op zijn 65ste stopt met werken, maar ook als hij eerder wil stoppen met werken. Uw werknemer ziet dan dat zijn pensioen voor elk jaar dat hij het eerder wil laten ingaan al gauw zo’n 10% lager wordt. Uw werknemer krijgt dan dus de rest van zijn leven (fors) minder. Uw werknemer moet er bovendien rekening mee houden dat hij in de jaren tot zijn 65ste geen AOW krijgt. Hij zal dus die eerste jaren extra veel van zijn eigen pensioen nodig hebben en dat gaat dan weer ten koste van wat hij in de jaren daarna overhoudt.
Voor elk jaar dat uw werknemer later met pensioen gaat, kan hij levenslang rekenen op zo’n 9% extra pensioen. Er is wel een fiscaal plafond aan de hoogte van uw pensioen: het mag nooit meer worden dan 100% van uw laatste salaris.
Overigens, eerder met pensioen gaan heeft ook gevolgen voor de hoogte van het nabestaandenpensioen. Uw werknemer bouwt immers minder lang pensioenrechten op.