Doelstelling
Het VUT-UTA-fonds is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties in de bedrijfstak waterbouw en heeft ten doel om uit hoofde van het bepaalde in de CAO betreffende Vrijwillige Vervroegde Uittreding voor het Uitvoerend, Technisch en Administratief Personeel in de Waterbouw (VUT-UTA-CAO) en in overeenstemming met de statuten en de reglementen, uitkeringen te verstrekken ter gedeeltelijke vervanging van gederfd inkomen uit arbeid aan gewezen werknemers, die hun dienstbetrekking hebben beëindigd met het oogmerk van vrijwillig vervroegd uittreden.
Wijziging / beeindiging van de regeling
In de brief aan alle deelnemers van 18 maart 2004 is een aantal belangrijke wijzigingen in de regeling vermeld:
Uittredingsleeftijd 62 jaar
Per 1 januari 2004 heeft een inhoudelijke wijziging van de regeling plaatsgevonden in die zin dat met ingang van die datum het niet meer mogelijk is om uit te treden op 60- en 61-jarige leeftijd. De uittredingsleeftijd is per 1 januari 2004 gesteld op 62 jaar.
Beëindiging van de regeling per 31 oktober 2007
Door CAO-partijen is besloten om de regeling te beëindigen met ingang van 31 oktober 2007. Dat betekent dat een deelnemer die op 1 oktober 2007 de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt en aan de overige voorwaarden voldoet, op dat moment nog zal kunnen uittreden. Iedereen die jonger is dan 62 jaar op 1 oktober 2007, zal geen gebruik meer kunnen maken van de VUT-UTA-regeling.
De brief is hier nog eens na te lezen.
De hoofdlijnen van de regeling per 1 januari 2004 luiden als volgt:
- de deelnemer kan uittreden vanaf de eerste dag van de maand waarin hij de twee-en-zestigjarige leeftijd bereikt en vóór de eerste dag van de maand waarin de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt;
- de deelnemer dient in de tien jaren voorafgaande aan de uittredingsdatum zonder onderbreking anders dan door arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid werknemer in de zin van de VUT-UTA-CAO te zijn geweest, bij een werkgever die niet is vrijgesteld van deelname aan de VUT-UTA-regeling;
- voor de deelnemer wordt een uitkeringsbudget vastgesteld dat 225% bedraagt van de uitkeringsbasis. De uitkering wordt berekend door het uitkeringsbudget te delen door het aantal maanden dat ligt tussen de uittredingsdatum en de eerste dag van de maand waarin de deelnemer 65 jaar zal worden. Bij gedeeltelijke uittreding wordt de uitkering op dezelfde wijze berekend met dien verstande dat slechts uitkering wordt verstrekt naar rato van het percentage dat wordt uitgetreden;
- als uitkeringsbasis wordt aangemerkt het loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, met een maximum van 1.25 maal het maximum premieloon-sv; ( met ingang van 1 januari 2005 vervalt de Coördinatiewet Sociale Verzekering en wordt deze vervangen door de Wet Financiering Sociale Verzekeringen)
- de bedrijven die een eigen gelijkwaardige regeling hebben kunnen vrijstelling van de verplichte deelname aanvragen;
- de mogelijkheid tot vrijwillige deelname is slechts toegestaan tegen een kostendekkende premie;
- de mogelijkheid bestaat aan te sluiten bij pré-VUT-regelingen, die door deelnemende bedrijven worden toegepast.