Doelstelling
De Aanvullingsregelingen zijn opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties in de waterbouw om uitvoering te geven aan afspraken die zijn opgenomen in de CAO Waterbouw.
De Aanvullingsregelingen hebben als doel het verstrekken van aanvullingen en andere uitkeringen aan (ex) werknemers in de waterbouw die arbeidsongeschikt zijn alsmede het verstrekken van betalingen aan werkgevers ter compensatie van uitkeringsverplichtingen aan arbeidsongeschikte werknemers.
Hoofdlijnen van de regelingen
Deze stichting voert ten behoeve van werknemers die onder de werkingssfeer van de CAO Waterbouw vallen ( en werknemers die op vrijwillige basis meedoen) een tweetal, apart gefinancierde regelingen uit:
a) Aanvulling op de WAO-uitkering
Deze regeling vult gedurende de eerste drie jaren van arbeidsongeschiktheid de WAO-uitkering aan tot maximaal 85% van het loondervingsdagloon (eerste jaar) respectievelijk tot maximaal 80% (tweede en derde jaar), afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.
b) Eindejaarsuitkering en vakantie-uitkering aan langdurig arbeidsongeschikten
Langdurig arbeidsongeschikten ontvangen aan het einde van het kalenderjaar een eindejaarsuitkering waarvan de hoogte jaarlijks door het bestuur wordt vastgesteld.
De CAO Waterbouw geeft aan dat de uitkering maximaal € 620,00 bedraagt (bij volledige arbeidsongeschiktheid).
In de CAO Waterbouw, zoals deze geldt sedert 1 januari 1999, is opgenomen dat langdurig arbeidsongeschikten in de maand mei vakantie-uitkering ontvangen, waarvan de hoogte jaarlijks door het bestuur wordt vastgesteld.
De CAO Waterbouw geeft aan dat de vakantie-uitkering maximaal € 620,00 bedraagt (bij volledige arbeids-ongeschiktheid). In mei 1999 is deze vakantie-uitkering voor het eerst uitbetaald op basis van door het bestuur vastgestelde, met CAO afgestemde, uitgangspunten.
Aanvullingen op de WW- en ZW-uitkering
Aanvulling Zieke werklozen
Met ingang van 1 januari 2005 is, conform hetgeen is afgesproken in de
CAO BTER Waterbouw, de Aanvullingsregeling Zieke Werklozen beëindigd. Op degenen die voor 1 januari 2005 een aanvulling op basis van deze regeling ontvingen blijft de regeling nog van toepassing zolang zij aan de daarin gestelde voorwaarden blijven voldoen.
Aanvulling op de WW-uitkering
De regeling met betrekking tot de aanvulling op de WW-uitkering is met ingang van 1 januari 2005 vergaand vereenvoudigd.
In de regeling wordt nu een (bruto) bedrag ineens betaald dat gelijk is aan 19,31% van de WW-uitkering over 13 weken.
Hoe lang iemand werkelijk een WW-uitkering ontvangt doet niet meer terzake, men ontvangt altijd dat bedrag. Wel kan men dit bedrag maar één keer per opgebouwd WW-recht ontvangen. Dit betekent dat men pas opnieuw aanspraak kan maken op betaling van dit bedrag als weer gedurende een zodanige periode is gewerkt dat men een nieuw recht op WW heeft opgebouwd.
Nieuwe procedure
Ook de procedure om in aanmerking te komen voor betaling van het genoemde bedrag is veranderd.
Een werkloze waterbouwer meldt zich bij plaatselijk vertegenwoordiger FNV Bouw of CNV Hout en Bouw met een aantal (kopieën van) documenten:
- Paspoort;
- Ontslagbewijs;
- WW-toekenningsbrief
Vervolgens wordt een aanvraagformulier ingevuld en door de werkloze waterbouwer ondertekend. De plaatselijke vertegenwoordiger stuurt dit formulier en de kopieën van de documenten aan de Stichting Fondsenbeheer Waterbouw, die de regeling uitvoert.
Daar wordt getoetst of recht bestaat op een aanvulling. Als dit het geval is wordt het bedrag op de rekening van de werkloze Waterbouwer gestort.